De steengroeven van Prun
Educatief
Sightseeing
Natuur

De steengroeven van Prun

De grotten in de buurt van het dorp Prun zijn eigenlijk steengroeven, die gemaakt zijn door mensen, gelegen op de oostelijke helling van Mount Robiago. Dit is de plek waar prachtige zachtroze steen is gevonden, die de huizen en straten van Verona versierde, en waar in de stenen platen vaak fossielen (prehistorische schelpen en insecten) worden gevonden.

 Primitieve mijnbouw begon in de ijzertijd, maar het ontstaan van de grotten is in documenten uit de 13e eeuw teruggevonden. De nabijheid van de rivier de Adige maakte het mogelijk om snel stenen blokken naar werkplaatsen te vervoeren voor verwerking, hoewel het pad van de steengroeve naar de rivier natuurlijk geen makkelijk pad was. De Renaissance, waarin werd teruggegrepen op de klassieke oudheid, gaf een stimulans om de winning van de lokale steensoort te verhogen. De piek van de steengroeveactiviteit in Prun kwam in de 17e eeuw, en hoewel na verloop van tijd de mijnbouw in open groeven populairder werd dan winning uit de gangen, ging het werk door tot het midden van de 20e eeuw. Oorspronkelijk kreeg de eigenaar van deze plek in plaats van pacht een van de stenen platen, niet meer dan 2,42% van het totale volume van het verkregen materiaal uitmaakte, en kocht hij de rest van het materiaal tegen een spotprijs. In de 20e eeuw werd het systeem veranderd en was het voor de ontwikkeling noodzakelijk om pacht te gaan betalen. Maar dat werd weer gecompenseerd door het feit dat de steenlagen die in het verleden waren verwijderd en weggegooid nu ook in de verkoop gingen.
 

cave

De crisis in de steenwinning was te wijten aan de hoge belasting die werd geheven op export naar Duitsland en Oostenrijk na de Eerste Wereldoorlog, waardoor de levering van materiaal daar niet rendabel was. Tijdens de Tweede Wereldoorlog keerden veel steenhouwers terug naar een boerenbestaan, dat altijd hun "Plan B" was gebleven. Bovendien werden in 1955 de oude gangen in de mijn als gevaarlijk bestempeld; als gevolg hiervan werd de Prun-steengroeve als opslagruimte gebruikt, en later zat hier zelfs paddenstoelenplantage. Na de oorlog konden sommige bedrijven snel weer opkrabbelen en verdienden ze goed geld, terwijl andere juist failliet gingen. Dat was te verwachten: voorzichtigheid, traditie en handenarbeid was een kracht in steenbewerking, maar in de loop der Jaren zat het ontwikkeling van de sector ook in de weg.

Om de lagen steen van elkaar te kunnen scheiden, hamerden de arbeiders met ijzeren wiggen op het steen, waar ze vervolgens net zo lang met wapenstokken op sloegen totdat de plaat brak. Binnen in de gangen werd een deel van de steen achtergelaten als natuurlijke drager. De karren, die werden getrokken door stieren, reden hier naar binnen om volgeladen te worden. Het gereedschap voor het werk was uiterst primitief en daar kwam pas halverwege de 20e eeuw verandering in: er kwamen krikken, ijzeren hendels en houten rollen voor het verplaatsen van stenen platen, plus het gereedschap dat de steenknippers meebrachten in grote kisten, die ze als kruk gebruikten. Daar zaten allerlei beitels, boren van verschillende lengtes, (houten) hamers in, en ook droegen de mijnwerkers vanaf dat moment een liniaal en een kompas. De platen werden ter plekke verwerkt, bij de ingang van de gang, onder een primitieve luifel of in een ruimte met drie muren met daarop een dak dat arbeiders alleen tegen de zon of regen beschermde.
 

cave

De steen die hier wordt gedolven is uniek, door het feit dat de platen worden gescheiden door lagen klei, wat de verwerking op de een of andere manier vereenvoudigt. Normaal gesproken wordt een blok met een dikte van 7-8 m opgedeeld in 70 platen met een dikte van 2,5 tot 30 cm, allemaal met verschillende kleuren. Elke laag heeft een speciale naam, afhankelijk van de kleur, dikte, het toekomstige gebruik, en zelfs van hoe "beleefd" of "slecht" deze laag was op het moment dat het van het grote blok werd afgehakt. Afhankelijk van de kenmerken van de laag kunnen experts bepalen waar deze het beste voor kan worden gebruikt: voor een dak of kolom, open haard of gootsteen, afvoer of grafsteen.

In Lessinia worden hekken, vloeren, muren en daken meestal gemaakt van deze platen, en in Verona worden ze gebruikt voor bestrating, bijvoorbeeld in de beroemde Via Mazzini of op Piazza Erbe.

In het verleden moesten steensnijders uit Prun elke ochtend naar Verona “afdalen” om, meter voor meter, de stenen die te glad waren geworden door de vele voetstappen weer ruw te maken. Ze zaten op een lage stoel of direct op de stenen, terwijl ze hun ogen beschermden met een eenvoudige bril, en de stenen bewerkten.

Tegenwoordig is de winning van dit soort steen beperkt, maar wordt het wel gebruikt in de meest prestigieuze architectonische projecten. Zo siert het bijvoorbeeld de moderne synagoge en het culturele centrum in Tel Aviv.

Vandaag de dag is de groeve van Prun privé-eigendom, en hoewel het wel geopend is, is een bezoek aan de steengroeve vanwege instortingen helaas gevaarlijk geworden. De grandioze plannen voor de oprichting van het “stenen museum” met een tentoonstelling van moderne kunst en een concertzaal binnen zijn helaas niet gerealiseerd. Daarom raden we aan om niet naar binnen te gaan. Als je wel besluit om op eigen risico binnen te gaan, wees dan heel voorzichtig en probeer plaatsen te vermijden waar stapels puin naar beneden zijn gekomen en op de grond liggen.